Taal

Het Hindeloopers ligt volgens de filologen op een taaleiland. De afwijkende positie van de taal was al vroeg bekend want in een schriftelijke bron van omstreeks 1617 lezen wij: “Is haer seer vast houdende aan de oude spraeck ende dracht”. Toch genoot de stad niet als enige bekendheid. B. Wander, die een groot aantal reisverslagen van buitenlandse bezoekers heeft bekeken, meent zelfs dat tot in de 18de eeuw het Molkwerumer dialect bij de buitenwereld de meest bekende naam had. Later kwam het Hindeloopers daar ook bij. De dialecten beschouwde men als een relict van een aan het Angelsaksisch verwant Oudfries. Thans bekijkt men de positie van het Hindeloopers wat nuchterder. Het behoort tot het Zuidwesthoeks, een van de drie streekdialecten van het Fries. Het heeft ook de kenmerken ervan, zoals het ontbreken van stijgende diftongen.

Opmerkelijk is het dat er in de loop van de eeuwen regelmatig Hindelooper teksten zijn verschenen. De oudst bekende teksten zijn in druk overgeleverd. De eerste is een kort vers uit 1672 van Homme Hoytema en zeven jaar later verschijnt de Hijnlepre Seemans-almenak, toegeschreven aan Johannes Hilarides. Alle almanakken zijn inmiddels verloren gegaan. Gelukkig kreeg J. H. Halbertsma in de vorige eeuw nog een exemplaar in handen en gaf de tekst opnieuw uit (1827). Sierd Okkes (1786-1868) is de belangrijkste 19e eeuwse tekstschrijver. Zijn bekendste werk is de in 1832 geschreven vastenavondballade “Houmanhou”. In de 20e eeuw ontbrak het evenmin aan creativiteit.

photo_volkslied_580x350

Het Hindelooper volkslied


Bronnen: 

  • S.O. Roosjen, N.D. Kroese, W. Eekhoff.  Merkwaardigheden van Hindeloopen; bevattende Historische Bijzonderheden Omtrent de Woningen, Kleeding Gebruiken en Taal de Hindeloopers, benevens Taalproeven in Rijm en Onrijm.  W. Eekhoff, Leeuwarden, 1855.
  • Hindeloopen, stad aan de Zuiderzee