Meesterschilder Gauke Bootsma

Zomer 2011 door Janneke van der Veer, Traditie

Het fraaie Friese stadje Hindeloopen is het meest bekend vanwege de Hindelooper schilderkunst. Momenteel zijn er nog zo’n vier bedrijven waar dit ambacht – van vader op zoon – wordt beoefend. Eén daarvan is Bootsma, waar Gauke en zoon Pieter Bootsma de traditie in ere houden.

‘Mijn vader was IJsselmeervisser’, vertelt Gauke Bootsma. ‘Als oudste zoon was ik voorbestemd om hem op te volgen. Maar al gauw bleek dat dit niets was voor mij. Ik heb het wel even geprobeerd, maar ik had voortdurend last van zeeziekte. Dus moest ik iets anders gaan doen. Ik kon aardig tekenen en ben toen naar de schilderschool gegaan. Daar leerde je huisschilderen en decoratieschilderen. In Hindeloopen werd dat toegespitst op de Hindelooper schilderkunst. Die kant heb ik toen gekozen. Later heb ik nog avondcursussen gevolgd.’

In de leer
Toen Gauke Bootsma zeventien jaar was, ging hij aan het werk. Eerst in dienst van diverse Hindelooper bedrijven. ‘Ik ben begonnen bij de firma Roosje. Een bedrijf dat opgericht is in de negentiende eeuw en nog steeds bestaat. Mijn leermeesters daar waren Jacob Ypma en Feike Kooij. Van hen heb ik de fijne details van het schilderwerk geleerd, zoals de aanzet van het penseel, de stippeltjes van groot naar klein. Als leerjongen begon ik met het schilderen van de ondergrond, daarna mocht ik de biesjes aanbrengen en vervolgens de bloemetjes. Natuurlijk begon je niet meteen met het beschilderen van meubels. Eerst deed je het kleinere werk, een eierdopje, een borstel of een klompje. Stapje voor stapje leerde ik het vak, en met vallen en opstaan. Ypma en Kooij waren heel kritisch. Vaak zeiden ze ‘doe de kwast er maar weer over’. Dan moest alles opnieuw.’

Na een jaar of zeventien begon het te kriebelen en besloot Bootsma voor zichzelf te beginnen. Samen met zijn vrouw begon hij een klein antiekwinkeltje waar ook het Hindeloo- per schilderwerk werd verkocht. Later kocht hij een oude bakkerij die hij tot werkplaats en winkel verbouwde. Al weer heel wat jaren is de winkel en het atelier van Bootsma op de huidige plek gevestigd, Kleine Weide 1-3 in Hindeloopen. Een oud pand, waarin ook Het Eerste Friese Schaatsmu- seum en een Pannenkoekenhuis zijn ondergebracht. Het is een echt familiebedrijf. ‘Mijn vrouw doet de winkel, mijn dochters de horeca en samen met mijn zoon Pieter doe ik het Hindelooper schilderwerk en het museum’, vertelt de meester-schilder. Ook Pieter bleek tekentalent te hebben en net als zijn vader stapte ook hij op zeventienjarige leeftijd in het vak van Hindelooper schilder.

Interieurkunst
De Hindelooper schilderkunst dateert uit het einde van de zeventiende eeuw. Hindeloopen was toen een belangrijke handelsstad. Net als in de Hollandse steden was er sprake van grote bloei. In die tijd richtten de gegoede burgers hun huizen vaak in met fraai bewerkte, eikenhouten meubelen. ‘Soms werd het eikenhout ook wel beschilderd, bijvoorbeeld bij zeemanskisten. Inspiratie daarvoor werd vermoedelijk opgedaan tijdens de handelsreizen naar Oost-Europese lan- den en Scandinavië’, aldus Gauke Bootsma, ‘In de volkskunst uit die landen zie je vergelijkbare motieven. Andersom heeft het Hindelooper schilderwerk waarschijnlijk ook weer de decoraties daar beïnvloed.’

Het beschilderen van meubels kwam nog meer in zwang toen het eikenhout schaarser werd en dus duurder. Het goedkopere grenenhout bleek een goed alternatief, hoewel dit zich niet zo goed liet bewerken als het eikenhout. Om de meubelen toch een fraai aanzien te geven, werden ze beschilderd. Behalve stoelen – ‘wat daarvan de reden was, weet ik niet’, zegt Bootsma – werd vrijwel alles beschilderd: wandbetimmeringen, plafonds, tafels, kasten, wiegen, kof- fers, kaptafels, haardschermen en naaikistjes.

Aanvankelijk was het aantal kleuren beperkt, vaak bruin met witte accenten. In de achttiende eeuw werden meer kleuren gebruikt en werden de stukken zeer bont beschilderd. Dikwijls werd een Bijbelse voorstelling geschilderd, zoals Mozes in het biezen mandje en het oordeel van Salomo. Ook allegorische voorstellingen, zoals de verbeelding van ‘geloof, hoop en liefde’, waren populair. Dikwijls koos men voor een voorstelling die verband hield met het betref- fende object. De voorstellingen werden gecombineerd met rijke versieringen in de vorm van acanthusranken, bloemen en vogels. ‘Op de meeste stukken vind je wel een vogel’, vertelt Bootsma, ‘een geluksvogeltje, dat is meegenomen van de reizen naar Indië.’

Een duidelijke voorkeur voor bepaalde kleuren was er niet. Naast het bekende rood en blauw zijn ook bruin, groen, dodekop, geel en crème als ondergrond gebruikt. Het kleurgebruik was wel afhankelijk van de omstandigheden van de opdrachtgever. ‘Men begon met de bruidskleuren’, aldus Bootsma, ‘een ondergrond in crème met decoraties in verschillende kleuren. Maar als men in de rouw was, bijvoorbeeld als een schip op zee was gebleven, werd diep donkerblauw de hoofdkleur. Vervolgens kwam er een periode van lichte rouw. Dan werd crème met blauw toegepast. Die com- binatie wordt ook wel porseleinbeschildering genoemd, omdat het lijkt op beschilderd porselein.’

Vakmanschap
De Hindelooper schilderkunst kenmerkt zich door een tamelijk snelle, zwierige stijl. Met enkele penseelstreken wordt een figuur neergezet, waarna deze wordt afgewerkt met tal van details. Ook wordt met zorgvuldige penseelstreken lichten schaduwwerking aangebracht.

Het schilderwerk was bepaald geen huisvlijt, zoals wel eens is verondersteld. Het werd dikwijls in de winter gedaan door huisschilders. ‘Het is echt vakwerk’, vertelt Gauke Bootsma. ‘Er worden wel workshops en cursussen gegeven, maar het is echt niet zo dat je je na tien lessen Hindelooper schilder kunt noemen.’ Dat wordt bevestigd in de film, die momenteel door Rob Busquet van Bootsma wordt gemaakt. Hierin is goed te zien wat er allemaal bij komt kijken. ‘Het is een kwestie van op een bepaalde manier je penseel neerzet- ten en weer loslaten’, vertelt de schilder in de film. Om dat goed onder de knie te krijgen, is veel ervaring nodig. Het gaat hier echt om ‘vakmanschap is meesterschap’, zoals ook blijkt uit de foto die Paul Huf (1924-2002) zo’n veertig jaar geleden van Bootsma maakte in het kader van de gelijkna- mige reclamecampagne van bierbrouwerij Grolsch.

Hindelooper schildersgilde
Het unieke ambacht wordt nog slechts door enkele vak- lieden beoefend. Zij hebben zich verenigd in het Hindelooper schildersgilde. Bootsma: ‘Vroeger hielden de Hinde- looper schilders elkaar goed in de gaten. Als iemand wat nieuws had, dan kwam de ander ook met wat nieuws. Men zag elkaar vooral als concurrenten. Tegenwoordig is er sprake van een goed collegiaal contact.’

‘Elk bedrijf heeft z’n eigen stijl’, vervolgt hij, ‘dat was vroeger zo en dat is nog steeds het geval. Ik werk in de stijl van Roosje, waar ik het vak heb geleerd. Schilders hebben ook alle- maal hun eigen kleurnuances’. Het is overigens moeilijk om bij het vroege schilderwerk te achterhalen wie wanneer welk stuk heeft geschilderd. Vroeger werd er namelijk niet gesigneerd. Pas na de Tweede Wereldoorlog zijn de schilders hun werk gaan signeren. R.H. staat bijvoorbeeld voor Roosje Hindeloopen. Gauke en Pieter Bootsma signeren hun werk met H.B., ‘Hindeloopen Bootsma’.

Verfsoorten
Zoals bij ieder ambacht is er ook bij het Hindelooper schilderen door de jaren heen sprake van ontwikkelingen in de manier van werken. Vroeger gebruikte men bijvoorbeeld verf op lijnoliebasis. Deze verfsoorten hebben meestal minerale pigmenten waardoor de kleur van de verf een natuurlijke uitstraling heeft. Omdat de verf in nauwelijks verwarmde ruimtes moest drogen, was de droogtijd lang. Later is men overgestapt op acryllakken op waterbasis. Deze verf is in de eerste plaats milieuvriendelijker. Een ander voordeel is dat de droogtijd veel korter is geworden.

Een verschil met vroeger is ook dat men toen zelf de verf mengde. In het atelier van de Bootsma’s is nog een ladenkast aanwezig waarin de verschillende kleuren verfpoeder werden bewaard. Tegenwoordig kan elke leverancier of winkelier met een mengmachine de specifieke Hindelooper kleuren maken. Gauke en Pieter Bootsma werken daarbij met de standaardkleuren van de firma Koopmans uit het Friese Marrum.

Van oudsher wordt geen grondverf gebruikt. Alleen bij metaal wordt eerst een primer aangebracht. Het direct op hout schilderen betekent dat de houtnerven zichtbaar blij- ven. Tegenwoordig wordt ook al het schilderwerk voorzien van een laagje blanke vernis om slijtage en beschadiging te voorkomen. ‘Dat is nodig omdat het nu vooral om gebruiksvoorwerpen gaat, terwijl het vroeger alleen om decoratieve stukken ging’, aldus Bootsma. ‘Wat trouwens hetzelfde is gebleven, is dat de kleuren door de tijd heen steeds dieper, steeds mooier, worden. Dat is een kenmerk van het echte Hindelooper schilderwerk.’

Penselen
Een andere ontwikkeling betreft het soort penselen dat wordt gebruikt. Van oudsher schilderde men met penselen van marterhaar. Deze haren zijn lang, soepel, redelijk slijtvast, maar ook kostbaar. Tegenwoordig worden penselen met kunstvezels gebruikt, zeker zó handig en goedkoop.

Vroeger werd alles met de kwast en het penseel gedaan. Ook daarin is verandering gekomen. Grote oppervlaktes bij tafels, kasten of stoelen worden nu gerold of gespoten, waarna met de hand de decoraties worden aangebracht. ‘De motieven voor die decoraties zijn hetzelfde gebleven’, vertelt Bootsma, ‘maar we geven er wel steeds een andere invulling aan. De ene keer drukker, de andere keer wat rustiger.’ Ook de voorstellingen die op de voorwerpen worden geschilderd verschillen steeds. Vaak gaat het om typisch Nederlandse tafereeltjes, een landschap met een molen, een boerderij of een schaatstafereel. Favoriet is bij Bootsma een voorstelling met het huisje bij de sluis in Hindeloopen. ‘Dat is het huis waar ik ben geboren.’

Ten slotte had Bootsma vroeger een eigen meubelmaker in dienst. ‘Maar dat was toch
wel erg duur in de wat rustiger tijden. Nu
bestel ik de niet-beschilderde meubels
en voorwerpen bij gespeci- aliseerde bedrijfjes.’

Bekendheid
Een groot deel van het Hinde-
looper schilderwerk van de
Bootsma’s is bestemd voor
hun eigen winkel. Belangstellenden, vooral toeristen, kunnen
hier vrijwel elk denkbaar voorwerp vinden, voorzien van originele Hindelooper decoraties. Daarnaast wordt er gele- verd aan winkels in binnen- en buitenland. ‘Bestellingen komen uit de hele wereld’, aldus Gauke Bootsma. Hun naamsbekendheid is dan ook erg groot. ‘Dat heeft onder meer te maken met het feit dat Pieter regelmatig demon- straties geeft in het buitenland. Diverse keren is hij in het Hollandse dorp in Japan geweest. Verder in Amerika en op Aruba.’ De Hindelooper schilderkunst wordt ook zeer gewaardeerd door de leden van het Koninklijk Huis. ‘Er komen geregeld bestellingen uit Den Haag, omdat de konin- gin het Hindelooper schilderwerk graag cadeau geeft aan haar gasten.’

Meubels en voorwerpen worden eveneens in opdracht gemaakt. Bootsma: ‘Soms komt er iemand die graag een bepaalde boerderij afgebeeld wil hebben. Wat dat betreft is er veel mogelijk. Een van de leukste opdrachten ooit was het beschilderen van het interieur – plafonds en wanden – van een duinhuis in Bergen aan Zee. Daar ben ik vier weken mee bezig geweest.’

Voor restauratiewerk kan men ook bij Bootsma terecht. In de werkplaats zien we bijvoorbeeld een zogenaamde ‘flap aan de wand’ die hij heeft gerestaureerd. ‘Dat is een opklaptafel voor kleinbehuisden’, licht hij toe. ‘Die werden helemaal beschilderd. Op de bovenkant van het blad werden decora- ties met bloemmotieven aangebracht en op de onderkant werden die gecombineerd met een mooi tafereel. Dat was immers de kant die je zag als de tafel was opgeklapt.’

Schaatsmuseum
Gauke Bootsma is ook eigenaar van het Eerste Friese Schaatsmuseum. ‘Ik verzamel al 35 jaar alles wat met schaatsen te maken heeft’, vertelt hij enthousiast, ’en 28 jaar geleden heb ik de collectie ondergebracht in dit museum.’ Schaatsliefhebbers – en wie is dat niet in Nederland? – vinden er vrijwel alles wat in ons land maar ook in het buitenland op het gebied van schaatsen is gemaakt en uitgegeven: oude schaatsen in vele soorten en maten, reclamemateriaal van schaatsfabrie ken, alles over de Elfstedentocht, schaatskle- ding, materiaal van ijsclubs, schoolplaten met ijstaferelen. ‘In de jaren zestig warden veel schaatsfabriekjes opgeheven’ vertelt Bootsma, ‘Ik heb toen veel spullen opgehaald. Anders kwam het op de schroothoop terecht.’ Tevens heeft hij hoek- jes ingericht waar te zien is hoe vroeger schaatsen werden gemaakt. Leuk is ook dat alle winnaars van de Elfsteden- tocht een eigen vitrine hebben, onder wie Minne Hoekstra (1909), Jeen van den Berg (1954), Reinier Paping (1963) en Evert van Benthem (1985 en 1986). Een groot deel van de attributen is door henzelf geschonken.

De 20.000 bezoekers, die het museum jaarlijks trekt, kunnen ook hun hart ophalen aan de oude Hindelooper schilder- kunst. Gauke Bootsma is namelijk niet alleen actief als Hindelooper schilder, hij is ook verzamelaar van antieke Hinde- looper meubels en voorwerpen. Op diverse plaatsen in het museum zijn deze uitgestald. Een en ander geeft de bezoe- kers een mooi beeld van wat er vroeger zoal op dit gebied werd gemaakt. Hoe het Hindelooper schilderen echt in z’n werk gaat, kan men zien in de open opstelling in de werk- plaats. ‘Eerder was dit een dichte ruimte’, aldus Bootsma, ‘maar we merken dat mensen ons graag aan het werk willen zien.’

This entry was posted in Nieuws, Schilderwerk. Bookmark the permalink.