Hindelooper Schilderkunst

Zomer 2011, Volkscultuur Magazine

Als je Hindeloopen zegt, dan zeg je: schilderkunst. Natuurlijk is Hindeloopen ook bekend vanwege zijn klederdracht en taal, en vanwege de kapiteinshuizen en de kleinere likhuizen in de karakteristieke smalle straatjes. Internationaal beroemd is Hindeloopen echter vanwege de schilderkunst, met haar felle kleuren en traditionele bloemmotieven. Momenteel zijn er nog zo’n drie ambachte- lijke schildersbedrijfjes actief. Gauke Bootsma (geboren 1942) is van hen het langst actief als schilder, nu al meer dan vijftig jaar. Hij begon dan ook al op zijn zestiende. Hoe hou je het ambacht levend voor de toekomst? Gauke ziet plaatsing op de Unesco inventaris als een steuntje in de rug: ‘Het is voor ons een manier om ons ambacht onder de aandacht te brengen.’

Voor Gauke zelf begon het allemaal op zijn zestiende. Eigenlijk was hij voorbestemd om net als zijn vader en broer IJsselmeervisser te worden. Maar dat lag hem niet: hij was iedere dag zeeziek. Omdat hij aardigheid had in tekenen, besloot hij om schilder te worden. Op de schilderschool leerde hij de belangrijkste basisvaardighe- den. Maar de Hindelooperschilderkunst moest je toen ook al vooral opdoen in de praktijk. Hij ging in de leer bij het oudste (nog steeds bestaande) bedrijf van Roosje (tegenwoordig een een- mansbedrijf, maar toen nog wat groter). De technieken leer je met vallen en opstaan. ‘Als je zelf in het begin dacht: dit is wel aardig, dan kwam de baas langs en die zei: laten we hier de kwast maar doorhalen. Je moet niet alleen talent hebben voor het schilderen, het duurt zeker drie tot vier jaar voordat je de techniek onder de knie hebt.’

Rijke handelsstad
Hindeloopen was vroeger een rijke handelsstad, die al in 1225 stadsrechten kreeg. Hoogtepunt van de bloeiperiode lag tussen 1650 en 1790. De Hindelooper schepen kwamen overal: in Scandinavië en Rusland bijvoorbeeld. Die vele handelscontacten leidden tot beïnvloeding over en weer, in de taal maar ook in de schilderkunst. De butte, die vroeger gebruikt werd als kledingkof- fer, vertoont bijvoorbeeld heel veel verwantschap met de koffer zoals die in het Scandinavisch kustgebied gebruikt werd. Hindeloopen oriënteerde zich internationaal. Aan het einde van de bloeiperiode kwam de internationale bekendheid. In de zeven- tiende en achttiende eeuw hadden vissers- en handelsplaatsen als Workum ook hun eigen karakteristieke schilderkunst. Maar alleen in Hindeloopen, tegenwoordig een stadje met zo’n 850 inwoners, zou de schilderkunst niet alleen behouden blijven, maar ook inter- nationaal bekend worden. In de zeventiende en achttiende eeuw was de Hindelooper schilderkunst al populair. Na deze bloeiperi- ode gingen mensen zich inzetten om dit rijke verleden vast te houden voor de toekomst, als belangrijk cultureel erfgoed, mis- schien wel juist omdat het in economisch opzicht minder goed ging met de stad.

Symboliek
In 1894 ontstond het bedrijf van Roosje. Roosje ging samen met zijn collega Stallmann de criteria en de kennis van de technieken van de Hindelooper schilderkunst vastleggen en in de praktijk brengen. Vijftig jaar later kwam Gauke Bootsma er in de leer.

Bij de traditionele schilderkunst moet je denken aan voorwerpen als dienbladen, blaasbalgen, tafels en stoelen, zoals bijvoorbeeld de bekende Hindelooper kakstoel voor kinderen, die in blauwe of groene kleuren werden beschilderd met de bekende bloemmotie- ven. Blauw en wit waren volgens Gauke de rouwkleuren. Als er weer eens een schip verging, dan gebruikte je voor de families die achterbleven deze kleuren. Deze rouwkleuren werden ook gebruikt in de klederdracht, je kon eraan zien dat mensen ‘in de rouw’ waren. Ter gelegenheid van een huwelijk gebruikte je vrolij- ker kleuren: crème met groen of met lichtblauw. De Hindelooper schilderkunst was dus nauw verbonden met een veel bredere volkscultuur. De rouwkleuren blauw, zwart en wit zijn tegenwoor- dig erg in trek bij de jongeren, zo merkt hij in zijn winkel. Het zijn de modekleuren van de jeugd van nu.

Een buitenstaander ziet misschien vooral de overeenkomsten. Volgens Gauke heeft iedere schilder echter een eigen herkenbare hand. Zo ziet hij onmiddellijk wat door hem geschilderd is en wat door zijn zoon. Gauke’s zoon Pieter is ook schilder geworden en hij beoefent het ambacht al sinds 1988. Iedere schilder heeft ook zijn eigen kleurgebruik en zijn eigen motieven. De schilders werken meestal in opdracht. Als klant kun je een bestelling doen, maar je kunt ook je eigen meubels langsbrengen die vervolgens in het atelier beschilderd worden. En dan gaat het niet alleen om de bekende traditionele gebruiksvoorwerpen die voor de sier in huis worden geplaatst, zoals een dienblad of een blaasbalg. Gauke is niet te beroerd om bijvoorbeeld ook een cd-rek te beschilderen, ‘die toen echt nog niet bestonden’. Zo is het ook ooit begonnen met de beschilderde kledinghangers, die al decennialang populair zijn en met honderdtallen tegelijk verkocht worden. Gauke kan zich nog herinneren hoe het begon. Hij was toen nog in de leer bij de oude Arent Roosje, die tegen hem zei: ‘Het moet toch niet gek- ker worden, dat de mensen nu ook al beschilderde kledinghangers willen’.

Doorgeven naar volgende generaties
Volgens Gauke is het grootste knelpunt om aankomende jonge schilders te vinden. De jongeren van nu hebben veel te veel andere dingen aan hun hoofd en vinden de Hindelooper schilder- kunst soms wat oubollig. ‘Dat moet je doorbreken en dat kunnen we niet vanuit Hindeloopen zelf.’ Eigenlijk is het iets wat je met de paplepel moet worden ingegoten. Net als hijzelf is ook zijn zoon Pieter jong begonnen met schilderen en zijn het tegenwoordig de kleinzoons die kijken hoe hun vader en grootvader te werk gaan.

Gauke: ‘Hindelooper schilderkunst is heel populair, maar vroeger was het populairder’. Je moet ook van alles doen om de mensen binnen te krijgen en dat kan alleen als je het gezellig maakt. ‘Alleen op die manier kun je de boel draaiende houden.’ Gauke begon met het schenken van een kopje koffie, toen kwam er een koffiehoek en vervolgens een restaurant met zestig à zeventig stoelen. Er komen tegenwoordig busladingen vol met mensen uit heel Nederland. Hindeloopen is ook een favoriete bestemming voor Japanners en Amerikanen. ‘Als we van de Hindeloopers moesten leven, dan hadden we allang kunnen sluiten, hoewel iedere Hindelooper wel karakteristieke Hindelooper schilderkunst in huis heeft.’ Zo’n achtentwintig jaar geleden besloot hij om zijn atelier onder te brengen bij het Schaatsmuseum, samen kun je toch meer dingen doen, bijvoorbeeld een restaurant exploiteren.

Via het atelier van Gauke en Pieter Bootsma kunnen de bezoekers kennis maken met de Hindelooper schilderkunst. Je kunt niet alleen zien hoe de schilders aan het werk zijn. Je kunt ook zelf aan de slag. Samen met het museum organiseren de Bootsma’s cursus- sen en workshops, waardoor de mensen zelf kunnen kennismaken met het ambacht en met de technieken. ‘Het schilderen van de bloemmotiefjes lijkt misschien simpel, tijdens de cursussen kun- nen ze zien hoe moeilijk het is. Door het vele doen komt de vaar- digheid. Om baas te worden over het penseel moet je elke dag de schilderskwast ter hand nemen.’ De cursussen zijn dan ook niet meer dan een eerste kennismaking, om mensen er enthousiast voor te maken. ‘Na tien keer een cursus gevolgd te hebben, kun je echt nog niet schilderen. Je hebt talent nodig en permanente oefening’.

Vastleggen van de kennis
De Unesco-lijst van het immaterieel erfgoed ziet Gauke als een manier om de rijke traditie van de Hindelooper cultuur onder de aandacht te brengen. ‘Het genereert publiciteit en aandacht.’
Hij merkt het als Hindeloopen weer eens op de televisie is geweest. Net zoals hij ook merkt dat er weer meer belangstelling lijkt te zijn voor tradities. ‘Het is een golfbeweging’. Maar uiteindelijk moet je toch zelf geraakt worden door de Hindelooper schilderkunst. ‘De één vind het prachtig, de ander vindt het niks. Maar het helpt wel als je mensen er al jong mee in contact brengt’. Dat merkt hij vaak in zijn winkel. Mensen die het kopen, geven het Hindelooper schil- derwerk ook vaak door aan de eigen kinderen en kleinkinderen, mensen hebben het soms vele generaties lang in huis.

Een eventuele voordracht voor de immaterieel erfgoedlijst ziet hij als een steuntje in de rug voor zijn ambacht. De Hindelooper schil- derkunst is het waard om te behouden voor het nageslacht. Eén van de eerste dingen die gedaan moeten worden volgens Gauke, is het vastleggen van de kennis en vaardigheden bijvoorbeeld in een film. Zodat dit tenminste niet verloren kan gaan.

This entry was posted in Nieuws, Schilderwerk. Bookmark the permalink.